News

Nieuw overleg over verlaging minimumrente groepsverzekering

Nieuw overleg over verlaging minimumrente groepsverzekering

Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR). © Photo News

2foto’s

Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR). © Photo News

Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) gaat daarmee in op de noodkreet van de verzekeraars, die door de lage marktrente het wettelijke minimum van 1,75 procent niet kunnen volhouden.

‘Gezien de evolutie zal ik contact opnemen met de verschillende actoren om een evaluatie te maken van de situatie’, zegt Bacquelaine in een reactie. ‘Zo nodig zal ik nieuwe maatregelen nemen’, aldus de minister.

Hans De Cuyper, de nieuwe voorzitter van de verzekeraarsunie Assuralia en tevens de topman van marktleider AG Insurance, verklaarde donderdag in De Tijd dat het wettelijke minimumrendement van 1,75 procent voor de groepsverzekeringen onhoudbaar is en naar beneden moet.

Hans De Cuyper, CEO van AG Insurance en voorzitter van sectorfederatie Assuralia.  © BELGAHans De Cuyper, CEO van AG Insurance en voorzitter van sectorfederatie Assuralia. © BELGA

De groepsverzekering is de belangrijkste vorm van het aanvullend pensioen op het werk. De werkgever doet veruit de grootste stortingen, naast de werknemer. De wettelijk verankerde rendementsgarantie werd eind vorig jaar grondig bijgesteld na moeizaam sociaal overleg.

1,75 procent

De oude minimumrendementen (3,25 procent voor werkgevers- en 3,75 procent voor werknemersbijdragen) werden toen – voor nieuwe stortingen en contracten – vervangen door een variabele rente die fluctueert met de rente op tienjarige Belgische staatsobligaties, met een minimum van 1,75 procent en een maximum van 3,75 procent. De minimale opbrengst ligt dit en volgend jaar normaal op 1,75 procent.

De werkgever rekent daarvoor op de verzekeraars, maar die waarschuwen almaar luider dat die minimale opbrengst in het huidige lagerenteklimaat onhoudbaar hoog ligt. De richtinggevende rente op tienjarig staatspapier schommelt rond amper 0,3 procent. En de bijna-nulrente kan nog jaren duren.

Onrust

Dat veroorzaakt onrust bij de werkgevers. Die zijn wettelijk verplicht het verschil bij te passen als de verzekeraar met minder dan het gegarandeerde rendement over de brug komt. De factuur dreigt zo bij de bedrijven te belanden. Karel Van Eetvelt van de ondernemersorganisatie Unizo waarschuwde er onlangs nog voor dat ‘het niet realistisch is 1,75 procent te beloven’.

De verzekeraar kan de garantie die de werkgever aan de werknemer moet geven niet nakomen als de rentes zo laag blijven.

HANS DE CUYPERVOORZITTER ASSURALIA

‘Het spanningsveld groeit’, beaamt De Cuyper. ‘De verzekeraar kan de garantie die de werkgever aan de werknemer moet geven niet nakomen als de rentes zo laag blijven.’

Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) volgt de situatie op. ‘We hopen dat de markt opleeft of dat de verzekeraars nieuwe producten ontwikkelen. Maar als de markt nog twee jaar zo slecht blijft, moet er iets gebeuren’, zegt de VBO-experte Marie-Noëlle Vanderhoven.

De Cuyper: ‘Een aantal maatschappijen zitten, inclusief winstdeelnames, nog op of boven het vereiste niveau. Dan is de werkgever nog afgedekt. Maar dat is een tijdelijke situatie. Door de normale evolutie van de portefeuilles zal je zien dat we onder dat niveau terechtkomen. Dan moet die garantie voor de werkgevers opnieuw in vraag worden gesteld.’

Moeilijke positie

De verzekeraars beseffen dat ze in een wat moeilijke positie zitten. Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) stelde nog geen jaar geleden de rendementsgaranties bij, op basis van een akkoord van de Groep van Tien. Nu opnieuw een herziening vragen, dreigt bij de vakbonden in slechte aarde te vallen.

De Cuyper: ‘Wat vorig jaar is gebeurd, heeft zeker de druk van de ketel gehaald. Nu moeten we goed de situatie bekijken. We zijn op korte termijn geen vragende partij voor een grote ingreep. Maar we moeten ons goed bewust zijn van de situatie. De vraag is: wanneer komen we op een moment dat de grote groep van werkgevers niet meer in staat is om het risico als werkgever door te schuiven naar de verzekeraar? Want op dat moment creëer je een nieuwe financiële druk naar de werkgevers, die al met heel wat andere uitdagingen kampen.’

Vakbondsreactie

In vakbondskringen wordt geërgerd gereageerd op de opening die Bacquelaine maakt. Er wordt op gewezen dat de minister vorige maand erkende dat de wettelijke pensioenen te laag zijn en dat de aanvullende pensioenen een oplossing vormen om de totale pensioenpot op peil te houden. ‘Maar als het wettelijk rendement van het bedrijfspensioen lager ligt dan de inflatie, hoe kan dit stelsel dan die broodnodige aanvulling garanderen?’, klinkt het.

De nieuwe Assuralia-voorzitter blijft een groot pleitbezorger van een aanvullend pensioen via het werk. ‘Op lange termijn genereert de tweede pijler een aantrekkelijk rendement. Het blijft een fundamentele pijler van onze welvaartsstaat en onze pensioenen.’

Bron: De Tijd